Klachten aan de binnenzijde van het onderbeen

Shin splints – Er wordt pijn gevoeld rondom het scheenbeen, aanvankelijk bij het einde van de hardlooptraining en/of wedstrijd. Wanneer de klachten toenemen wordr de pijn vaak al tijdens het hardlopen zelf ervaren. Wanneer de klachten voornamelijk aan de binnenzijde van het onderbeen worden gevoeld, gaat het vaak om een pijnlijke en een vermoeide gewaarwording. Worden de klachten met name aan de buitenzijde van het onderbeen gevoeld dan gaat het meestal om een meer branderig en krampachtig gevoel. De pijn is gelokaliseerd aanwezig maar kan uitstralen naar de voet.

Anatomie

In het onderbeen zitten twee botten, het scheenbeen en het kuitbeen. Deze botten worden omringd door verschillende structuren zoals spieren, bloedvaten, zenuwen, etc. Deze structuren zijn in het onderbeen verdeeld in vier verschillende compartimenten, welke elk omgeven zijn met bindweefsel. Dit bindweefsel zit vast aan een of beide botstukken van het onderbeen.

Etiologie

Er zijn vier verschillende oorzaken van shin splints bekend:

1) Benige overbelasting

De samenstelling van bot verandert wanneer het lange tijd meer wordt belast; het bot wordt sterker. Echter, wanneer de belasting op het bot te snel en/of te veel wordt opgevoerd zal het bot overbelast raken. Hierdoor raakt het bot beschadigd en kan het botvlies gaan ontsteken. Tevens kunnen er kleine botfracturen ontstaan of zelfs een afname van het bot plaatsvinden. Ook kan er, ten gevolge van deze overbelasting, een toename van bot plaatsvinden, waarbij dit “extra” bot van mindere kwaliteit is. Dit soort overbelasting wordt vaak gezien bij hardlopers die de afstand of de intensiteit van de hardlooptraining te snel vergroten.
2) Compartiment syndroom

Wanneer spieren gebruikt worden zullen deze deze in omvang toenemen, ze worden groter/dikker en sterker. Het compartiment syndroom ontstaat wanneer een spier te snel in dikte toeneemt, bijvoorbeeld bij hardlopers die de afstand of de intensiteit van de training te snel vergroten. Hierdoor zal de druk binnen het compartiment te snel toenemen waardoor de bloedtoevoer blokkeert en de zenuwen bekneld raken; shin splints.

Tevens wordt door deze druktoename het bindweefsel rond het compartiment langdurig op rek gebracht waardoor dit bindweefsel harder zal gaan trekken aan het bot. Dit leidt tot irritatie van de bot-bindweefselverbinding; shin splints.
3) Biomechanische factoren

Intrinsieke factoren

Tijdens het afwikkelen van de voet, maakt de voet een drievoudig gecombineerde beweging. Wanneer er één beweging niet goed verloopt kan dit door verkeerde en/of overbelasting van spieren, bindweefsel en/of bot klachten veroorzaken.

Ook een stand verandering van het onderbeen en van de voet kan leiden tot overbelasting in de strukturen van het onderbeen en dus leiden tot shin splints.

Extrinsieke factoren

Door een verkeerde trainingsopbouw, verkeerd schoeisel, een verkeerde hardlooptechnhiek en/of verkeerde hardloopondergrond kan het weefsel van het onderbeen overbelast raken en op basis van benige overbelasting en/of het compartimentsyndroom kunnen shin splints ontstaan.

4) Spiervermoeidheid

Een overbelaste vermoeide spier kan shin splints veroorzaken. Dit wordt vooral gezien bij hardlopers die de loopafstand te snel vergroten. Spieren zorgen voor een schokdemping, wanneer de spieren vermoeid zijn kunnen ze deze functie minder goed uitvoeren waardoor er tijdens het hardlopen grotere krachten op het onderbeen gaan spelen die leiden tot overbelasting.

Diagnostiek

Om tot de diagnose shin splints te komen zijn er een aantal onderzoeksmiddelen beschikbaar. De sportfysiotherapeut zal eerst een vraaggesprek bij u afnemen. Vervolgens wordt, wanneer er wordt gedacht aan shin splints, het onderbeen op drukgevoeligheid, zwelling en de mate van spieromvang onderzocht. Tevens wordt er gebruik gemaakt van echografie om de diagnose te bevestigen.

Behandeling

De behandeling zal gericht zijn op het aanpakken van de oorzaak van de shin splints. Zo kan er gekozen worden voor het ontspannen van het spierweefsel, advies ten aanzien van het juiste schoeisel, loopscholing om de hardlooptechniekt te verbeteren, krachttraining, en/of advisering ten aanzien van het hardloopschema. Tevens kan er een alternatief trainingsschema optesteld worden, zodat de conditie wel op peil kan worden gehouden, maar de blessure optimaal kan genezen.

Verder zal de behandeling bestaan uit oefentherapie met als doel de belastbaarheid van het onderbeen te optimaliseren, zodat er weer zonder pijn kan worden hardgelopen.

Literatuur

  • Bates P. Shin splints–a literature review. Br.J.Sports Med. 1985;19(3):132-7.
  • Detmer DE. Chronic shin splints. Classification and management of medial tibial stress syndrome. Sports Med. 1986;3(6):436-46.
  • Michael RH, Holder LE. The soleus syndrome: A cause of medial tibial stress (shin splints). Am J Sports Med 1985;13:87-94.

Pijn aan de achillespees

Achilles tendinopathie – De meest voorkomende klacht bij een achilles tendinopathie is pijn tijdens sport of sportgerelateerde activiteiten, terwijl er geen pijn aanwezig is tijdens dagelijkse activiteiten. Rondom de achillespees kan het gezwollen en oedemateus zijn.

Inleiding

In zijn Ilias beschrijft de klassieke dichter Homerus de belevenissen van de dappere strijder Achilles, de held van de Trojaanse oorlog. Hij was slechts kwetsbaar in zijn hiel en dit werd hem dan ook fataal. Een giftige pijl die Paris, de zoon van koning Priamos, op hem afvuurde, raakte hem in zijn hiel, met de dood als gvolg. Voor veel hardlopers is de achillespees de achilleshiel van hun lichaam. Een blessure aan de achillespees is dan wel niet doodelijk, maar toch uiterst pijnlijk (iRun Hardloopscheurkalender 2011)


Symptomen

De meest voorkomende klacht bij een achilles tendinopathie is pijn tijdens sport of sportgerelateerde activiteiten, terwijl er geen pijn aanwezig is tijdens dagelijkse activiteiten. Rondom de achillespees kan het gezwollen en oedemateus zijn. De achillespees is drukgevoelig en er kunnen crepetaties hoorbaar zijn. Gedurende de eerste stappen aan het begin van de dag kan de achillispees stijf en pijnlijk zijn. Wanneer de klachten een meer chronische karakter krijgen kan er sprake zijn dat de pijn niet alleen tijdens het sporten optreedt maar ook tijdens andere dagelijkse activiteiten. Ook zal de zwelling meer diffuus zijn.

Anatomie

De driekoppige kuitspier bestaat uit de gastrocnemius en de soleus. Beide spieren maken een strek beweging in de enkel. De gastrocnemius bestaat uit twee koppen en kan ook een buigbeweging in de knie bewerkstelligen. De soleus ligt onder de gastrocnemius en heeft alleen een functie over de enkel. Beide spieren hebben een gemeenschappelijke eindpees, de achillespees. De achillespees is de grootste en sterkste pees in ons lichaam.

Etiologie

Achilles tendinopathie is een overbelastingsblessure, wat betekent dat de blessure wordt veroorzaakt door herhaaldelijke belasting op de pees. Achilles tendinopathie kent veel oorzakelijke factoren. Deze factoren kunnen ingedeeld worden in intrinsieke en extrinsieke risicofactoren.

Intrinsieke factoren

Alle veranderingen in het functioneren van het onderbeen, zoals spier/pees zwakte, verminderde of vergrote beweeglijkheid of standsverandering van het onderbeen kunnen factoren zijn die een nadelige werking hebben op de belasting van de achillespees.
Extrinsieke factoren

Tot extrinsieke factoren kunnen trainingsfouten, veranderingen in trainingsondergrond, ineffectieve of verkeerd schoeisel gerekend worden. Bij 60-80% van de mensen met achilles tendinopathie is er sprake van het te snel opbouwen van intensiteit en duur van de training.

Diagnostiek 

Om tot de diagnose achilles tendinopathie te komen zijn er een aantal onderzoeksmiddelen beschikbaar. Allereerst zal door een vraaggesprek de sportfysiotherapeut de meeste informatie verkrijgen om een diagnose te stellen. Vervolgens zal de achillespees bekeken worden en zal de drukgevoeligheid bepaald worden. Verder zal er nog gekeken worden naar de beweeglijkheid van de enkel. Ook kan er gebruik worden gemaakt van de VISA-A vragenlijst. Een index voor de ernst van tendinopathie van de achillespees.

Behandeling

In de eerste fasen van achilles tendopathie worden er verschillende vormen van conservatieve therapie gebruikt. Een operatieve behandeling is geïndiceerd voor mensen die na een 3-6 maandse conservatieve behandeling geen verbetering ervaren. De conservatieve therapie bestaat uit het in bedwang houden van de mogelijke ontsteking/irritatie en het corrigeren van trainingsfouten, standsveranderingen, verminderde beweeglijkheid, spierzwakte en het gebruik van trainingsbenodigdheden.

Literatuur

  • iRun Hardloopscheurkalender 2011
  • Maffulli N, Kenward MG, Testa V et al. Clinical diagnosis of Achilles tendinopathy with tendinosis. Clin.J Sport Med. 2003;13(1):11-5.
  • Paavola M, Kannus P, Paakkala T et al. Long-Term Prognosis of Patients With Achilles * * * Tendinopathy: An Observational 8-Year Follow-up Study. Am J Sports Med 2000;28:634-42.
  • Paavola M, Kannus P, Jarvinen TAH et al. Achilles Tendinopathy. J Bone Joint Surg Am 2002;84:2062-76.
  • Silbernagel KG, Gustavsson A, Thomee R et al. Evaluation of lower leg function in patients with Achilles tendinopathy. Knee.Surg Sports Traumatol.Arthrosc. 2006;14(11):1207-17.

Pijn aan de voetzool ter hoogte van de hiel

Fascitis Plantaris – De pijn kan een kloppend, schroeiend of een scherp karakter hebben. De pijn treedt op aan het begin van de dag tijdens de eerste stappen of bij intensieve en/of langdurige belasting. De pijn verminderd in de loop van de dag, maar komt weer terug wanneer de intensiteit of de duur van de activiteit wordt vergroot. De pijn verergerd tevens door het lopen op de tenen, het lopen op blote voeten of bij traplopen. Vaak is de pijn al maanden of zelfs jaren aanwezig.

Anatomie

De fascia plantaris is een dikke peesplaat van bindweefsel. Deze peesplaat loopt van de hiel naar de tenen.
Tijdens het lopen, maakt de hiel contact met de grond. Gelijk na dit contact wordt de fascia plantaris gerekt en vlakt de voetholte af. Dit geeft dat de voet zich kan aanpassen aan een onregelmatige ondergrond en schokken kan absorberen. Fascitis plantaris is een degeneratieve aandoening na overbelasting.

Etiologie

Herhaaldelijke bewegingen zoals (hard)lopen kunnen microtrauma veroorzaken in de fascia plantaris. Deze microtrauma ontstaan dichtbij de hiel. Fascitis plantaris is waarschijnlijk het resultaat van verscheidene factoren. Deze factoren kunnen verdeeld worden in extrinsieke en intrinsieke risicofactoren

Intrinsieke factoren
Als er sprake is van een overmatige belasting op de binnenzijde van de voet of een beperkte vermogen tot buigen van de enkel kan er eerder fascitis plantaris optreden. Ook het hebben van hielsporen, holvoet, platvoet of verschil in beenlengte kunnen risicofactoren zijn.
Bij obesitas is de belasting op de voet groter en is daarom ook een risicofactor.

Extrinsieke factoren
Toespitsend op hardlopen kan het dragen van verkeerde schoenen, het lopen op verharde ondergronden en overbelasting door het maken van trainingsfouten risicofactoren zijn voor het krijgen van fascitis plantaris.

Diagnostiek

Om tot de diagnose fascitis plantaris te komen zijn er een aantal onderzoeksmiddelen beschikbaar. Allereerst zal door een vraaggesprek de sportfysiotherapeut de meeste informatie verkrijgen om een diagnose te stellen. In het lichamelijk onderzoek zal er gelokaliseerd worden waar de meeste pijn aanwezig is. Vaak is er sprake van het minder kunnen buigen van de enkel en treedt er meer pijn op bij het buigen van de tenen.

Behandeling

Allereerst zal de behandeling bestaan uit het verminderen van het aantal risicofactoren. Vervolgens kan de sportfysiotherapeut kiezen voor het rekken van de fascia plantaris en de achillespees en het verbeteren van kracht van de voetspieren.

Literatuur

  • Buchbinder R. Plantar fasciitis. New England Journal of Medicine.2004; 350(21): 2159-2166+2225.
  • Cole C, Seto C, Gazewood J. Plantar fasciitis: evidence-based review of diagnosis and therapy. Am Fam.Physician. 2005;72(11):2237-42.
  • Roxas M. Plantar fasciitis: diagnosis and therapeutic considerations. Altern.Med Rev. 2005;10(2):83-93

Deel het bericht

Een afspraak maken of meer informatie nodig?

Last van andere blessures?