Er is pijn aanwezig aan de voorkant van de knie

Patellofemorale klachten – Deze pijn is waar te nemen achter, onder en rond de knieschijf. De pijn verergerd door het zitten met gebogen knieën, klimmen, traplopen, het maken van squats en/of hardlopen. Er kan een instabiliteitsgevoel worden waargenomen en de knie kan stijf aanvoelen, vooral wanneer deze gebogen is. Ook kan er sprake zijn van een ‘klik’ gevoel.

Anatomie

Het patellofemorale gewricht is het gewricht dat wordt gevormd door de knieschijf (de patella) en het bot van het bovenbeen (femur). Bij het buigen/strekken van de knie “glijdt” de knieschijf tussen het katrolvormige deel aan de onderkant van het bovenbeen.

Etiologie

Stabiliteit van het patellofemorale gewricht wordt gewaarborgd door statische (bindweefsel en bot) en dynamische (spieren)stabilisatoren. Wanneer deze stabiliteit niet goed kan worden gewaarborgd, maakt de knieschijf een verkeerde spoorvorming wat kan leiden tot klachten.

Er zijn verschillende oorzakelijke factoren waardoor het patellofemoraal pijn syndroom kan optreden. Deze factoren kunnen worden verdeeld in intrinsieke en extrinsieke factoren.

Intrinsieke factoren

Er kan sprake zijn van anatomische afwijkingen, veranderingen in het biomechanisch functioneren, verkeerd functioneren van de spieren in het bovenbeen, vergrote beweeglijkheid van de knieschijf, verminderde flexibiliteit van de spieren van het bovenbeen, operaties in het verleden en te strakke bindweefselstructuren aan de buitenzijde van de knieschijf.

Extrinsieke factoren

Er kunnen fouten zitten in de trainingsopbouw waardoor het gewricht te veel en te snel wordt belast en er overbelastingsklachten ontstaan.

Diagnostiek

Om tot de diagnose patellofemorale pijn syndroom te komen zijn er een aantal onderzoeksmiddelen beschikbaar. De sportfysiotherapeut zal eerst een vraaggesprek bij u afnemen. Vervolgens wordt, wanneer er wordt gedacht aan het patellofemoraal pijn syndroom, gekeken naar de stand van de knieschijf, de spierspanning, de flexibiliteit en de drukgevoeligheid van de spieren rond het patellofemorale gewricht. Ook zal er worden vastgesteld welke bewegingen van de knieschijf de herkenbare pijn uitlokken. Tevens wordt er uitgebreidt gekeken naar de beweeglijkheid en stabiliteit van het patellofemorale gewricht.

Behandeling

De behandeling zal gericht zijn op het aanpakken van de oorzaak van het patellofemoraal pijn syndroom. Zo kan er gekozen worden voor het rekken van spierweefsel, het rekken van bindweefsel, krachttraining, stabiliteitstraining, tapen, bandageren en/of advisering ten aanzien van het hardloopschema.

Verder zal de behandeling bestaan uit oefentherapie met als doel de belastbaarheid van het gewricht te optimaliseren, zodat er weer zonder pijn kan worden hardgelopen.

Literatuur

  • Dixit S, DiFiori JP, Burton M et al. Management of patellofemoral pain syndrome. Fam.Physician2007;75:194-202.
  • Fulkerson JP. Diagnosis and treatment of patients with patellofemoral pain. Am J Sports Med2002;30:447-56.

Een scherpe of branderige pijn ervaren aan de buitenzijde van de knie

Illiotibiale band syndroom – Het hardlopen wordt vaak zonder pijn gestart, maar na verloop van rijd/afstand gaan de klachten opspelen. De pijn is op te wekken door bergafwaarts te lopen, het vergroten van de paslengte en/of een lange tijd te zitten.

Anatomie

De tractus iliotibialis is de peesplaat aan de buitenzijde van het bovenbeen en vormt het verlengde van een spier in het bovenbeen die ter hoogte van de heup ligt. De peesplaat loopt door over de zijkant van de knie en hecht op het scheenbeen aan. Tijdens het lopen verschuift de pees van achter naar voor en van voor naar achter over een botknobbel aan de zijkant van de knie.

Etiologie

Het iliotibiaal frictie syndroom wordt veroorzaakt door het herhaaldelijk wrijving van de peesplaat aan de buitenzijde van het bovenbeen langs de gewrichtsknobbel aan het uiteinde van het bovenbeen. Dit kan leiden tot een chronische irritatie en ontsteking van het uiteinde van de peesplaat. De oorzakelijke factoren kunnen verdeeld worden in intrinsieke en extrinsieke factoren.

Intrinsieke factoren

Er kan sprake zijn van spierzwakte van de heupspieren welke het been zijwaarts heffen. Ook kunnen er veranderingen in de stand van de heup, knieën, voeten en/of een beenlengte verschil aanwezig zijn die de klachten doen ontstaan.

Extrinsieke factoren

De oorzaak kan liggen in het maken van trainingsfouten, het altijd in dezelfde richting lopen op de atletiekbaan, het lopen op schuin wegdek en het vaak bergafwaarts lopen.

Diagnostiek

Om tot de diagnose iliotibiaal frictie syndroom te komen zijn er een aantal onderzoeksmiddelen beschikbaar. De sportfysiotherapeut zal eerst een vraaggesprek bij u afnemen. Vervolgens zal door palpatie, specifieke rekkingstesten en echografie de exacte locatie en de mate van ernst (zoals gevoeligheid, zwelling, beweegelijkheid, etc.) bepaald worden. Ook wordt de flexibiliteit en kracht van de bovenbeenspieren onderzocht.

Behandeling

De behandeling zal met name gericht zijn op het aanpakken van de oorzaak van het iliotibiaal frictiesyndroom. Verder zal de behandeling bestaan uit oefentherapie met als doel de belastbaarheid van de peesplaat te verhogen.

Literatuur

  • Van der Worp MP, van der Horst N, de Wijer A, Backx FJ, Nijhuis-van der Sanden MWG. Iliotibial band syndrome in runners: a systematic review. Sports medicine 2012;42(11):969.
  • Ellis R, Hing W, Reid D. Iliotibial band friction syndrome–a systematic review. Manual Ther.2007;12:200-8
  • Fredericson M, Wolf C. Iliotibial band syndrome in runners: innovations in treatment. Sports Medicine 2005;35:451-9.

Deel het bericht

Een afspraak maken of meer informatie nodig?

Last van andere blessures?